‘De’ of ‘het’ bij de overtreffende trap

De overtreffende trap komt vaak zonder zelfstandig naamwoord voor, zoals in Deze film is het mooist / de mooiste. Welk lidwoord je daarbij gebruikt, is niet altijd duidelijk.

Combineren met de

Je combineert de overtreffende trap met de als je er makkelijk een de-woord uit de context achter kunt denken. Achter het bijvoeglijk naamwoord komt altijd een e (aansluitend bij de gewone regels voor de buigings-e).

  • Van de 31 onderzochte Europese tunnels scoorden er negen slecht of zeer slecht. De Pont Pla-tunnel in Andorra is de beste. (bron: ANS)
  • Er zijn veel dierentuinen in Europa. Wat is de grootste?
  • De film is de mooiste!
  • Weet jij welke band de succesvolste ooit is?

Combineren met het

Het gebruik je in elk geval als je een het-woord bedoelt, maar ook bij de-woorden is het soms mogelijk. Als het bijvoeglijk naamwoord predicatief wordt gebruikt, kan je zowel de als het gebruiken. Bij bijwoordelijk gebruik is het altijd de enige mogelijkheid. Het bijvoeglijk naamwoord krijgt in wat informeler taalgebruik meestal een e aan het eind van het woord.

  • Dit boek is het dikste. (het-woord, alleen het is mogelijk).
  • Weet jij welke band het succesvolst is? (predicatief, de en het beide mogelijk)
  • Deze film is het mooist. (predicatief, de en het beide mogelijk)
  • Van al mijn vrienden woont Ankush het dichtstbij. (bijwoordelijk gebruik, alleen het is mogelijk)

Tussen de zinnen Deze film is de mooiste en deze film is het mooist is niet echt een betekenisverschil, maar je kunt de zinnen iets ander aanvullen: Deze film is de mooiste (film) en De film is het mooist (van alle films). Veel moedertaalsprekers zullen een voorkeur hebben voor die tweede variant, wat Deze film is het mooist gewoner maakt dan Deze film is de mooiste.

Oefenen in de les

Je kan hier natuurlijk pas mee oefenen als je cursisten de trappen van vergelijking en de basisregels voor de buigings-e (redelijk) goed kennen. Omdat het bijna altijd (ook) goed is, is het handig om daarmee te beginnen. Veel methodes leren dat ook als standaard aan. In mijn ervaring gaan cursisten vaak ook pas op hoger niveau vragen stellen over de constructie. Geef ze dan een aantal zinnen waarin je wel of niet een zelfstandig naamwoord kunt invullen na de overtreffende trap en bespreek die. Door veel oefenen ontwikkelen de cursisten steeds beter gevoel voor of een woord zelfstandig gebruikt is of niet.